‘overal online’, nu ook in het buitenland

Welkom in Frankrijk

Zodra op reis je telefoon binnen het bereik van het netwerk van een buitenlandse provider komt, ontvang je doorgaans een SMSje waarin je welkom wordt geheten, vervolgens wordt je verteld dat in principe alle diensten voor je beschikbaar blijven en tot slot, en-passant, wordt je op de kosten van al dit fraais gewezen.

T-mobile

Het blijkt dan dat je mobiele dataverkeer, waarvoor je in Nederland zo’n 10 euro per maand betaalt ineens zo’n 200 maal duurder uitkomt, (uitgaande van een abbo met een limiet van 1GB per maand) e.g. zo’n 2000 euro voor ruwweg dezelfde service. Ik wil graag geloven dat providers elkaar de hoofdprijs vragen voor het gebruik van elkaars netwerken maar dergelijke tarieven kunnen alleen via het bussinesmodel van regelrechte diefstal verklaart worden.

Alternatieven waren er echter tot kort geleden helaas nauwelijks. Buitenlandse abbonementen zijn niet interessant voor tijdeljk gebruik en als er al prepaid aangeboden wordt is dit prijstechnisch ook verre van bruikbaar. Daarbij komt nog dat dit voor de gemiddelde gebruiker vaak veel te lastig in het gebruik is waardoor je op (meestal onbetrouwbare en daarbij onveilge) lokale wifi diensten in hotels, hoceragelegenheden en campings aangewezen bent.

DROAM

Logo droam.nlEr is nu echter een nieuwe oplossing mogelijk die geleverd wordt door het Nederlandse bedrijf Droam. De oplossing werkt supersimpel en bestaat uit een piepklein zogenaamd ‘Mifi‘ routertje (een kastje dat je – tot 5 apparaten gelijktijdig – via Wifi met internet verbindt) alsmede een tweetal opladers (12V voor in de auto en 220V voor de rest).

Als je wilt internetten zet je het apparaatje aan, selecteer je op je smartphone/ipad/laptop/ereader het Wifi netwerk dat op het apparaat vermeld staat, typt het wachtwoord in (om te voorkomen dat derden je datategoed opeten) en je bent in bussines.

Ervaringen

Mijn ervaringen zijn na een paar weken eigenlijk alleen maar positief want:

  • het werkt direct zonder configuratie (it just works!)
  • het geeft (zelfs op de meest afgelegen delen van Frankrijk maar ook in de auto) een stabiele internet verbinding
  • het is heel erg betaalbaar!
  • het is een dienst, je ‘huurt’ het geheel inclusief abonnement etc voor de tijd dat je het nodig hebt, geen aanschaf dus!

Wel maak je gebruik van een Mifi doosje, die je dus moet opladen als je echt mobiel wilt zijn. De batterij geeft je zo’n 5 uur internet, daarna moet eea weer met het net of de auto verbonden worden. De snelheid kan oplopen tot zo’n 5Mbps, beetje afhankelijk van waar je je bevind.

De kosten zijn als gezegd overzichtelijk, ofwel een bedrag per dag (alleen voor de dagen dat je het apparaat gebruikt) van 3,50 euro met een startbedrag van 27.50 euro en een daglimiet van 50 MB, of een datalimiet van 1GB dat 30 dagen houdbaar is waarbij de eerste GB je 65 euro en alle volgenden 45 euro kosten.

Nu maar hopen dat dergelijke diensten de huidige providers zodanig onder druk zetten dat ook zij met aanvaardbare tarieven komen. Tot die tijd is het natuurlijk mooi en goed dat er slimme ondernemers zijn die een dergelijk marktfalen tot een eigen bussines weten om te vormen.

To top things off voor 2010

To top things off voor dit jaar een mooie, andere kijk op het verschijnsel "Free" (uit Geek And Poke)

Free-remarks

“Als het onderwijs in Nederland aan dezelfde economische wetmatigheden onderworpen zou zijn als bijvoorbeeld de muziekindustrie, dan zou ICT al jaren een integraal onderdeel van de lespraktijk vormen”

h@nzz/2010

Plato-Harry-foto-Roel1943
De Haagse platenzaak Plato, inmiddels gesloten… (foto Roel1943)

The turning point between two eras

 

Fd Uit het FD van 7 oktober 2010:  Het doek is gevallen voor drukkersconcern Thieme Grafimedia. Na het eerdere bankroet van zes bedrijfsonderdelen is faillissement verleend voor nog eens dertien andere dochterbedrijven en is de ontmanteling van Thieme Groep een feit. Vrijwel de gehele Nederlandse grafische sector kampt met lage marges, die het gevolg zijn van aanhoudende overcapaciteit. De werkgelegenheid loopt terug. Ook marktleider Roto Smeets krimpt sterk in en wordt waarschijnlijk door een investeerder gekocht…

Screen shot 2010-10-16 at 6.00.03 PMVan de WikiwijsInHetOnderwijs site: op 14 oktober ontving het Wikiwijs-programma tijdens het congres ‘Burger bewust’ de eParticipatie Award 2010. Wikiwijs  is een webplatform waar docenten leermateriaal kunnen zoeken, gebruiken, maken en delen. Wikiwijs is opgezet met het doel het gebruik en hergebruik van open leermiddelen te bevorderen.

Zo maar twee nieuwsitems van de afgelopen weken die illustreren dat de wereld van de (educatieve) uitgevers in een hoog tempo aan het veranderen is. Waar in het verleden schaalgrootte het kenmerk van deze bedrijfstak was maken ICT gedreven technologische vernieuwingen het mogelijk dat productie- en distributieprocessen radicaal anders opgezet kunnen worden waardoor alle schakels in de keten onder druk komen te staan.

The past of printing

Een keten met 4 schakels

Om te kijken naar deze verschillende schakels bij het creëren van content, of het nu kranten, televisie, muziek of onderwijs ondersteunend materiaal betreft, kan de volgende verdeling gehanteerd worden:

  • Het begint altijd met de creatie, de schrijver / artiest / televisiemaker / filmmaker bedenkt het product waarbij deze vaak ondersteund wordt om tot de gewenste kwaliteit te komen (boekredactie, muziekproducent/mixer, filmproducent/montage)
  • Als de content er is moet deze vervolgens geproduceerd worden. Dit betreft het (massaal) vervaardigen van het product, schaal is om economische redenen essentieel hierbij
  • De derde schakel betreft de distributie, ofwel het product, eventueel met gebruik making van de tussenhandel, naar de klant brengen.
  • De vierde en feitelijk belangrijkste rol is het gebruik, het product gebruiken op tijd/plaats/manier zoals de consument dat wil.

De vraag is wat nu het kenmerkende verschil is met het verleden. Als we de verschillende schakels langslopen lijkt er bij de creatie in principe niet veel veranderd, echter door de enorm toegenomen toegankelijkheid van gereedschappen voor het maken van content zijn veel meer mensen daadwerkelijk gaan creëren. Waar in het verleden alleen de grote bedrijven/studio’s zich state of the art apparatuur veroorloven konden, is dit door de enorme prijserosie voor een ieder bereikbaar geworden. Wel kan worden vastgesteld dat het maken van hoogwaardige content niet triviaal is en dat ondersteuning hierbij veel toegevoegde waarde genereren kan. De andere schakels zijn in vergelijking met een aantal jaren geleden nog ingrijpender veranderd. Door de komst van printing-on-demand technieken is het bijvoorbeeld mogelijk boeken ook in (zeer) kleine oplages met voldoende lage kosten te produceren. Bij de creatie van eBoeken (nu al 5% van de verkoop) is het nog dramatischer.  Productie en distributie zijn één geworden en door te downloaden produceert de afnemer zijn eigen exemplaar. De verwachting is dat met name dit grote gevolgen zal hebben voor het distributienetwerk. Op de PICNIC 2010 wist Charles Melcher (van Melcher Media) te vertellen dat als ergens rond 2015 zo’n 20% van de verkochte boeken eBoeken zullen zijn dit het einde van ketens als Barnes & Nobles zal betekenen waarna het percentage eBoeken alleen nog maar sneller zal toenemen.
De grote winnaar is uiteindelijk de consument. Deze krijgt een veel groter aanbod van producten die hij in principe op een device naar keuze zal kunnen gebruiken, information/music/entertainment/learning at your fingertips.

learning at your fingertips

Herschikking van de keten

Dit alles overziend betekent wel dat de huidige rolverdeling in de productie van leermiddelen snel zal veranderen. De positie die de uitgevers daar traditioneel bekleden uit hoofde van hun defacto monopolie op productie en distributie is niet meer houdbaar. Toegegeven: uitgevers doen veel meer dan het produceren en distribueren van papier, met name hun rol ten aanzien van de kwaliteit van het materiaal is absoluut relevant. Echter deze rol kan ook anders ingevuld worden hetgeen een initiatief als Wikiwijs nu al aantoont. Uitgevers moeten zich realiseren dat hun huidige rol, die als basis hun snel eroderende pseudo-monopolie heeft, steeds minder vanzelfsprekend wordt. De eigenlijke creatie van leermateriaal gebeurt nu en in het verleden met name door het veld en dat kan straks op basis van WikiWijs-achtige constructies buiten de uitgevers om, een kwalitatief minstens gelijkwaardig aanbod van leermiddelen neerzetten. Uitgevers kunnen veel waarde toevoegen met name in een ondersteunende rol bij de creatie van materiaal. Ook zit er veel toegevoegde waarde in het bieden van een structuur (methode). Hiermee wordt een match geboden tussen de eisen die aan een opleiding worden gesteld (eindtermen) en het materiaal dat aan die eisen helpt voldoen. Uitgevers zijn echter niet de enige partijen die de expertise hebben om deze waarde te leveren. Wat daarbij nog wel onduidelijk is hoe het verdienmodel voor dergelijke diensten er uit kan zien. Zeker zodra de marge op productie en distributie naar nul gaat tenderen kunnen deze kosten van kwaliteitsborging en het aanbrengen van de structuur niet meer over grote oplages uitgesmeerd worden. Als de uitgevers relevant willen blijven zullen ze de komende tijd moeten experimenteren en zich bezinnen op een nieuw rol in de keten. Als ze dat niet willen of kunnen doen wacht ze waarschijnlijk het lot van de muziekindustrie waar de markt al volledig herschikt is. Overigens zonder nadelige gevolgen voor de gemiddelde muzikant of hun fans, er wordt meer muziek uitgebracht dan ooit tevoren. Een ding is echter zeker: het verleden komt nooit meer terug of in Arthur C. Clarke’s woorden: `We stand now at the turning point between two eras. Behind us is a past to which we can never return …

A past to which we can never return


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

 

Internet censuur door de overheid dreigt: a call to action!

Censuur
Demissionair minister Hirsch Ballin heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend onder de noemer "versterking bestrijding computercriminaliteit". Ondanks de mogelijk goede bedoelingen achter deze wetgeving lijkt het echter met name overheidscensuur te faciliteren e.g. in de hand te werken. De minister zal met deze wet de rechten van de online burger zeer sterk inperken.  Websites kunnen zonder tussenkomst van een rechter afgesloten worden, het wordt strafbaar om niet-openbare gegevens openbaar te maken (WikiLeaks/klokkeluiders) en er komt een verbod om opnames te maken van eigen gesprekken. Het mag duidelijk zijn dat deze voorstellen in de huidige vorm absoluut onaanvaardbaar zijn!

Ik sluit me daarom nadrukkelijk aan bij de oproep tot actie van Bits of Freedom die een brandbrief gepubliceerd hebben waarin Hirsch Balin gevraagd wordt de tekst van het voorstel aan te passen. Een ieder wordt daarbij gevraagd 1) te reageren op de internetconsultatie over deze wetgeving en 2) publiekelijk op hun blog de inhoud van de brief te onderschrijven. Bij deze dus!

Hoort, zegt het voort en laat je stem horen tegen dit zeer onwenselijke wetvoorstel!

Hieronder de tekst van de site van Bits of Freedom:

Op 15 september hebben wij een brief (PDF) gestuurd naar demissionair minister Hirsch Ballin, waarin talloze hoogleraren, bloggers en maatschappelijke organisaties zich uitspreken tegen een recent gelanceerd wetsvoorstel dat overheidscensuur in de hand werkt. Laat je horen, en doe mee met de actie tegen dit wetsvoorstel.

Hoe kan je actie ondernemen tegen het wetsvoorstel?

  • Stuur vandaag nog een reactie op de internetconsultatie over dit wetsvoorstel en stuur de brief mee (PDF). De internetconsultatie loopt tot 30 september.
  • Schrijf daarnaast een blog waarin je jouw steun voor deze brief uitspreekt, anderen oproept om te reageren op de internetconsultatie, en laat een link achter in onze comments.

Hoe meer reacties, hoe beter! Met een breed verzet kunnen we zorgen dat dit wetsvoorstel van tafel gaat.

 

A must-see: Daniel Pink en waarom geld er eigenlijk niet toe doet

Voor iedereen die – net als ik – enthousiast wordt van Daniel Pink's boeken zoals A Whole New Mind (hier een interview over dit boek) en, meer recent Johny Bunko, is onderstaande prachtige animatie een must-see. Pink hield begin dit jaar voor de RSA* een presentatie naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe boek "Drive: The Surprising Truth About What Motivates Us", ofwel: wat drijft ons in het leven? Dat is, in tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, dus niet met name geld. Voldoende geld blijkt wel een voorwaarde maar is niet de sleutel tot topprestaties. Ik ben het overigens niet in alles met Pink eens. Ik twijfel met name aan zijn stelling dat zijn bevindingen zouden indruisen tegen de economische theorieën/wetten. Het lijkt me juist een mooi voorbeeld van afnemend grensnut, maar dat terzijde. Op basis van deze presentatie is onderstaande animatie gemaakt die het verhaal in zo'n 10 minuten prachtig samenvat. Als gezegd: een must-see!

* RSA als in de Royal Society for the encouragement of Arts, Manufactures and Commerce, en dus niet Rivest, Shamir and Adleman.

Met dank aan Rogier voor de link!

Free: a blast from the Future

Everything flows, nothing stands still1
Het fascinerende van veel technologische vernieuwingen is dat ze, naast de directe wow-factor van de techniek zelf, vaak leiden tot verstoringen – of misschien beter veranderingen – van de tot dan geldende aannames onder (business) modellen, markten, economieën en schijnbaar natuurlijke evenwichten. Zaken die onmogelijk leken worden toch mogelijk, en dan vaak in een tempo en op zoveel gebieden tegelijk dat de gevolgen van de combinaties van elkaar versterkende vernieuwingen nauwelijks nog te bevatten, laat staan te voorspellen zijn.

Moore’s Law
Al in 1965 formuleerde Gordon Moore, mede oprichter van Intel, de naar hem vernoemde Moore’s Law. Hij constateerde toen dat de rekenkracht van chips elke 18 maanden verdubbelde bij gelijkblijvende kosten. Destijds voorspelde hij dat dit nog zeker 10 jaar zou voortduren. Intussen weten we dat de verdubbellingstijd is teruggelopen tot 1 jaar en belangrijker, dat de wet nog steeds opgaat. Moore’s Law betekent dat de belangrijkste ICT ‘productiefactoren’ (opslagruimte, computerkracht en bandbreedte) ieder jaar halveren in prijs c.q. verdubbelen in capaciteit. In vijf jaar betekent dit een factor 32, in tien jaar zelfs een factor 1024! En de wet geldt al voor alle drie de terreinen apart, laat staan als naar het geheel gekeken wordt.

Gordon Moore

Deze voortdurende gigantische verbetering van de prijs/capaciteit verhouding – of eigenlijk de voortdurende prijs-erosie – maken de huidige innovaties op het internet mogelijk. De kosten van het aanbieden van producten en diensten via internet zijn zeer laag geworden. Daarbij komt nog dat het qua kosten niet veel uitmaakt of een site veel of weinig bezoekers trekt, de marginale kosten tenderen dus naar nul. In de traditionele economie was dit tot nu toe vrijwel nooit het geval en de daar vigerende businessmodellen voorzien hier derhalve niet in. Gevolg is dat er nu veel geëxperimenteerd wordt met nieuwe modellen waarbij een sterke asymmetrie bestaat tussen kosten en opbrengsten e.g. de “normale” relatie tussen kosten en opbrengsten verdwijnt. Voor de klanten lijkt het gebruik gratis waarbij het geld dus op een andere wijze verdiend wordt.

The Long Tail
Anderson’s boek “The ‘Long Tail” beschreef al hoe door technologische innovatie en hiermee gepaard gaande kostendaling de tot dan geldende economische waarheden onwaar kunnen worden. In de Long Tail gaat het specifiek om radicale verandering in de zoekkosten en de opslag & distributiekosten. Waar deze kosten de markt bepalen is de impact van een radicale verandering daarin vanzelfsprekend groot, met de onvermijdelijke aanpassing van de markt, meestal in weerwil van wanhopig verzet van gevestigde marktpartijen.

Voorbeelden hiervan worden volop gevonden in de mediawereld. In de muziekindustrie, de traditionele media (kranten en deels tijdschriften), de televisiewereld en ook in de filmindustrie zijn de effecten van de digitalisering van media op o.a. opslag en distributiekosten enorm, zeker in combinatie met ubiquitous Internettoegang die altijd en overal zoeken met elk device mogelijk maakt.

Cover longtail

In de muziekindustrie kan je vaststellen dat steeds meer mensen muziek al dan niet legaal gratis downloaden. Wel betaalt men dan zonder morren voor een concert van een artiest. Het is dus niet zo dat we nergens voor willen betalen, we willen alleen het gevoel hebben dat wat we betalen een redelijke prijs is voor de geleverde tegenprestatie. En een extra kopie van een set mp3 bestanden kost de artiest niets, de kosten voor opslagruimte en bandbreedte dragen we zelf en/of zijn verwaarloosbaar. Als hiervoor een bedrag gevraagd wordt dat naar ons gevoel niet “klopt” dan wijkt men massaal probleemloos uit naar een alternatief bijvoorbeeld illegale downloads. Een live concert van een artiest heeft echter een andere waarde, zo  betaalt men rustig honderden euro’s voor een concertkaartje. Een mooi voorbeeld is het optreden van een groep als U2 in Moskou, die daar amper CD’s verkoopt maar daar wel volle zalen trekt. Het zakelijk model wordt hierdoor wel heel anders en dat gevestigde platenlabels protesteren tegen deze marginalisering van hun rol is heel begrijpelijk, alleen niet erg zinvol.

Kostenopbouw
Als we naar de kostenopbouw van veel (traditionele) producten kijken blijkt dat de intrinsieke kosten meestal slechts een fractie van de totale kosten vertegenwoordigen. De kosten van de krant zitten niet in het fysieke stuk papier wat je uiteindelijk in je handen houdt maar is een optelsom van het bezitten en exploiteren van een
print-faciliteit, het transport van de gedrukte kranten, het bezit van een netwerk van fotografen en verslaggevers, etc. Een krant als de New York Times kan van de druk- en transportkosten van een paar maanden al haar abonnees een e-reader geven. Vanaf dat moment zouden deze kosten naar nul tenderen waardoor de totale kosten met meer dan 50% zouden dalen waardoor de prijs van de krant significant verlaagd
zou kunnen worden. Dit nog los van alle ecologische opbrengsten waarvan de kosten meestal niet eens ingeprijsd zijn.

Free

A Free Lunch?
Het business concept ‘Free’ waarbij producten en diensten optisch gratis aangeboden worden is een steeds gebruikelijker model aan het worden. En het blijft daarbij niet bij
gratis alleen: er zijn al aanbieders van gratis diensten die online samenwerken mogelijk maken op een manier die veel betaalde producten niet kunnen matchen.  Het sluit goed aan bij de belevingswereld en het verwachtingspatroon van de doorsnee
internetgebruiker. In de digitale wereld zijn namelijk de marginale kosten van producten vaak vrijwel nihil en vinden gebruikers terecht dat dit in de prijs van de producten gereflecteerd moet worden. Dit nieuwe businessmodel geeft overigens veel mensen wel een contra-intuïtief gevoel: hoe kan dit? Is er sprake van een vorm van bedrog?

Want uiteindelijk is niets echt ‘gratis’ natuurlijk. Het is ook niet zo dat niet betaald wordt voor dergelijke diensten. Uiteindelijk moet er geld verdiend worden. Soms betaalt een gebruiker voor uitbreidingen en extra’s op de standaard dienst. Vaak worden advertenties getoond gerelateerd aan de diensten of de getoonde content. Andere bedrijven hopen dat je, gewend aan de online producten, alsnog zult besluiten de desktop producten aan te schaffen om over extra functionaliteit te kunnen beschikken.

Hoe dit afloopt…
De uiteindelijke vraag is hoe en wanneer op basis van de technologische veranderingen de economische herschikking plaats zal vinden in de verschillende markten. Dat deze herschikking komen gaat is hierbij de enige zekerheid. Een bijkomende vraag is wie daarbij het voortouw zal nemen. Tot nu lijkt het er op dat de gevestigde krachten in markten zo gevangen zitten in hun oude denken dat ze niet in staat zijn de gevolgen van technologische en de daarbij behorende economische veranderingen te voorzien. Als er iets gebeurt is het of een bottom-up verandering die door de eindgebruikers zelf ingezet wordt ofwel een nieuwkomer in de markt die de verhoudingen op zijn kop zet.

Blast

Gevolgen voor de overheid?
Deze door technologie ingezette veranderingen in het “bedrijfsleven at large” zullen op termijn natuurlijk ook een grote impact hebben op het publieke deel van onze samenleving. Ook de overheid, gezondheidszorg en onderwijs gaan veranderingen tegemoet die we ons nog niet eens kunnen voorstellen. Het verschil met het bedrijfsleven is wel dat de kans dat nieuwkomers de introductie van deze veranderingen feitelijk zullen afdwingen veel bescheidener is. Bedrijven die dit niet kunnen bijbenen verdwijnen vanzelf, overheden die achterblijven niet. Dat is ergens ook logisch: als een bedrijf failleert omdat het verkeerde keuzes maakt is dat natuurlijk zeer pijnlijk voor alle rechtstreeks betrokkenen, echter bij verkeerde – of erger geen – keuzes door de overheid hebben we allemaal een groot probleem. Zoals Winston Churchill riep: ‘There is nothing wrong with change, if it is in the right direction’.

Onderzoek gewenst
Daarom is het belangrijk om te weten welke ontwikkelingen relevant zijn voor publieke organisaties, waar de kansen liggen en voor ons het belangrijkste: hoe de publieke zaak van deze onontkoombare veranderingen profiteren kan. En het is om deze reden dat we vanuit Kennisnet een onderzoek gestart zijn met betrekking tot dit onderwerp.

De focus van het onderzoek is een aantal relevante delen van het onderwijs die volop te maken hebben/krijgen met de geschetste effecten zoals de productie van (digitaal) leermateriaal en de aanbieders en gebruikers van ICT infrastructuur producten en diensten in de brede zin des woords. Het uiteindelijk doel is het onderwijs handvatten aan te reiken opdat ook daar het maximale rendement uit de kansen die deze veranderingen brengen gehaald kan worden.


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

1 Heraclitus

l’Histoire se répète: de Chappe Telegraph in Saint-Marcan

Telegraph Chappe

In het Franse plaatsje Saint-Marcan in de Franse provincie Bretagne bevindt zich een van de weinige nog bestaande voorbeelden van een Chappe Telegraph. Het systeem van ‘Telegraphs’ was een van de eerste voorbeelden van een generieke telecommunicatie-infrastructuur. De Telgraph of “ver-schrijver” werd tussen 1790 en 1870 door de Franse overheid intensief gebruikt voor de onderlinge communicatie. Het systeem gold in zijn tijd  als revolutionair vanwege de enorme snelheid waarmee berichten verstuurd konden worden. Waar een bericht via koeriers te paard zo’n 15 km per uur kon afleggen konden nu boodschappen met snelheden van meer dan 1200 km per uur verzonden worden. Napoleon zag de mogelijkheden ervan snel in; hij gebruikte het met name voor de coördinatie van zijn troepen. Het wordt daarom ook wel Napoleon’s geheime wapen genoemd.

Kaart Telegraph

De Chappe Telegraph was dus (een van) de eerste generieke communicatiesystemen. De onderliggende principes waren simpel. De verschillende verbindingen bestonden uit een groot aantal communicatietorens die zodanig opgesteld waren dat ze zicht hadden op zowel de vorige als de volgende toren in de reeks. Op de toren waren een soort seinarmen bevestigd die in een aantal standen gezet konden worden. Op deze wijze kon een ‘alfabet’ van 92 karakters plus een aantal speciale tekens (start-bericht, stop-bericht etc) verzonden worden.

Chappe CodeOm de integriteit van de berichtenstroom te waarborgen kenden de operateurs, of bedieners van de torens  alleen de numerieke betekenis van de berichten, de semantische betekenis was alleen bij de uiteinden van de keten bekend. Door slim gebruik te maken van codeboeken was het uiteindelijk mogelijk snelheden van meer dan 1200 km/uur te bereiken. Toch kende het systeem een aantal gebreken die inherent waren aan de toenmalige mogelijkheden van de techniek. Bij nacht maar ook bij mist of hevige regenval konden de torens elkaar niet zien en was communicatie onmogelijk. Hierdoor werd de terugkeer van Napoleon zodanig laat gemeld dat onderschepping niet meer mogelijk was. Er zijn wel pogingen ondernomen om in mist-gebieden het systeem minder afhankelijk te maken van weersinvloeden door routes dubbel uit te voeren maar het bleef uiteindelijk een beperkt inzetbaar systeem.Toen dan ook zo halverwege de 18e eeuw ontdekt werd hoe men stroomsignalen op betrouwbare wijze en over voldoende grote afstanden kon verzenden werden de Chappe Telegraphs al snel overbodig en door de elektrische telegrafie verdrongen.  De optische telegraaf gaf de potentie van een generieke berichten-infrastructuur aan, de vervanging van het optische pad door een elektrisch pad halverwege de 19e eeuw verlaagde vervolgens de kosten en verhoogde de betrouwbaarheid ervan zodanig dat ook niet-overheden zich een dergelijke infrastructuur konden veroorloven1. Analoog aan de huidige ontwikkelingen rondom de (informatie) technologie stonden, op dit moment doordat erosie van de kostprijs het middel ineens bereikbaar maakte voor grotere gebruikersgroepen, veel (economische) waarheden en uitgangspunten ineens sterk onder druk.

Detail Semafoor

Uiteindelijk is er nu van het alleen al in Frankrijk meer dan 5000 km lange netwerk weinig meer over. Het was derhalve een aangename verrassing op een heuvel in Bretagne een mooi gerestaureerd exemplaar aan te treffen.

hnzz/2010

1
Het is overigens wel grappig om vast te stellen dat de volgende grote doorbraak, de huidige glasvezelnetwerken, een terugkeer naar het optische pad betekende.

Eens een Zoetermeerder…

Hoeveel bandbreedte hebben internetgebruikers nu eigenlijk nodig? Het standaard antwoord op deze vraag luidt al jaren “breedband” wat dat dan ook betekenen mag. Vervolgvraag is dan natuurlijk of de voorzieningen zoals die nu beschikbaar zijn zodanig breedbandig zijn dat we het doel bereikt hebben. Mijn antwoord is dan meestal negatief.  Bij de aanschaf van
elektrische apparatuur vraag je je toch ook nooit af of het elektriciteitsnet voldoende capaciteit heeft om welk apparaat in huis dan ook van voldoende spanning te voorzien? En zolang  dit niet voor bandbreedte geldt is de internetcapaciteit dus onvoldoende.

Een van de steden die met betrekking tot deze bandbreedte altijd grote ambities had is de gemeente Zoetermeer. Deze gemeente streeft al jaren een toppositie na, met het “Gigameer”-project als een van de concrete resultaten op dit gebied. Ik was dan ook erg verbaasd toen ik hoorde dat wethouder Emmens nu besloten heeft dat de huidige voorzieningen ineens goed genoeg zijn. En daar gaan je mooie ambities dan… Hopelijk kan het nieuw te vormen college weer meer inhoud aan de ICT-ambities van Zoetermeer geven. Al kom ik er niet dagelijks meer, ik blijf toch altijd een beetje Zoetermeerder :-) .

hnzz

Knipsel AD 8-3-2010

RikEnIk

Op het feestje ter gelegenheid van mijn vertrek bij VKA verzorgden de Haagse muzikanten Rob Sprinkhuizen en Rik Fennis ofwel het duo RikEnIk de muziek. Omdat de muzikale uitsmijter in het GEM niet helemaal uit de verf kwam – ze moesten namelijk fluisterzacht spelen – hebben ze voor mij deze opname gemaakt.

Ik kreeg verder nogal wat vragen over de muzikanten dus daarom nog maar een keer: als je de heren wilt boeken moet je een email naar info@rikenik.nl sturen of even op hun MySpace pagina kijken.

Page 1 of 1212345»10...Last »