Archive - Internet RSS Feed

‘overal online’, nu ook in het buitenland

Welkom in Frankrijk

Zodra op reis je telefoon binnen het bereik van het netwerk van een buitenlandse provider komt, ontvang je doorgaans een SMSje waarin je welkom wordt geheten, vervolgens wordt je verteld dat in principe alle diensten voor je beschikbaar blijven en tot slot, en-passant, wordt je op de kosten van al dit fraais gewezen.

T-mobile

Het blijkt dan dat je mobiele dataverkeer, waarvoor je in Nederland zo’n 10 euro per maand betaalt ineens zo’n 200 maal duurder uitkomt, (uitgaande van een abbo met een limiet van 1GB per maand) e.g. zo’n 2000 euro voor ruwweg dezelfde service. Ik wil graag geloven dat providers elkaar de hoofdprijs vragen voor het gebruik van elkaars netwerken maar dergelijke tarieven kunnen alleen via het bussinesmodel van regelrechte diefstal verklaart worden.

Alternatieven waren er echter tot kort geleden helaas nauwelijks. Buitenlandse abbonementen zijn niet interessant voor tijdeljk gebruik en als er al prepaid aangeboden wordt is dit prijstechnisch ook verre van bruikbaar. Daarbij komt nog dat dit voor de gemiddelde gebruiker vaak veel te lastig in het gebruik is waardoor je op (meestal onbetrouwbare en daarbij onveilge) lokale wifi diensten in hotels, hoceragelegenheden en campings aangewezen bent.

DROAM

Logo droam.nlEr is nu echter een nieuwe oplossing mogelijk die geleverd wordt door het Nederlandse bedrijf Droam. De oplossing werkt supersimpel en bestaat uit een piepklein zogenaamd ‘Mifi‘ routertje (een kastje dat je – tot 5 apparaten gelijktijdig – via Wifi met internet verbindt) alsmede een tweetal opladers (12V voor in de auto en 220V voor de rest).

Als je wilt internetten zet je het apparaatje aan, selecteer je op je smartphone/ipad/laptop/ereader het Wifi netwerk dat op het apparaat vermeld staat, typt het wachtwoord in (om te voorkomen dat derden je datategoed opeten) en je bent in bussines.

Ervaringen

Mijn ervaringen zijn na een paar weken eigenlijk alleen maar positief want:

  • het werkt direct zonder configuratie (it just works!)
  • het geeft (zelfs op de meest afgelegen delen van Frankrijk maar ook in de auto) een stabiele internet verbinding
  • het is heel erg betaalbaar!
  • het is een dienst, je ‘huurt’ het geheel inclusief abonnement etc voor de tijd dat je het nodig hebt, geen aanschaf dus!

Wel maak je gebruik van een Mifi doosje, die je dus moet opladen als je echt mobiel wilt zijn. De batterij geeft je zo’n 5 uur internet, daarna moet eea weer met het net of de auto verbonden worden. De snelheid kan oplopen tot zo’n 5Mbps, beetje afhankelijk van waar je je bevind.

De kosten zijn als gezegd overzichtelijk, ofwel een bedrag per dag (alleen voor de dagen dat je het apparaat gebruikt) van 3,50 euro met een startbedrag van 27.50 euro en een daglimiet van 50 MB, of een datalimiet van 1GB dat 30 dagen houdbaar is waarbij de eerste GB je 65 euro en alle volgenden 45 euro kosten.

Nu maar hopen dat dergelijke diensten de huidige providers zodanig onder druk zetten dat ook zij met aanvaardbare tarieven komen. Tot die tijd is het natuurlijk mooi en goed dat er slimme ondernemers zijn die een dergelijk marktfalen tot een eigen bussines weten om te vormen.

The turning point between two eras

 

Fd Uit het FD van 7 oktober 2010:  Het doek is gevallen voor drukkersconcern Thieme Grafimedia. Na het eerdere bankroet van zes bedrijfsonderdelen is faillissement verleend voor nog eens dertien andere dochterbedrijven en is de ontmanteling van Thieme Groep een feit. Vrijwel de gehele Nederlandse grafische sector kampt met lage marges, die het gevolg zijn van aanhoudende overcapaciteit. De werkgelegenheid loopt terug. Ook marktleider Roto Smeets krimpt sterk in en wordt waarschijnlijk door een investeerder gekocht…

Screen shot 2010-10-16 at 6.00.03 PMVan de WikiwijsInHetOnderwijs site: op 14 oktober ontving het Wikiwijs-programma tijdens het congres ‘Burger bewust’ de eParticipatie Award 2010. Wikiwijs  is een webplatform waar docenten leermateriaal kunnen zoeken, gebruiken, maken en delen. Wikiwijs is opgezet met het doel het gebruik en hergebruik van open leermiddelen te bevorderen.

Zo maar twee nieuwsitems van de afgelopen weken die illustreren dat de wereld van de (educatieve) uitgevers in een hoog tempo aan het veranderen is. Waar in het verleden schaalgrootte het kenmerk van deze bedrijfstak was maken ICT gedreven technologische vernieuwingen het mogelijk dat productie- en distributieprocessen radicaal anders opgezet kunnen worden waardoor alle schakels in de keten onder druk komen te staan.

The past of printing

Een keten met 4 schakels

Om te kijken naar deze verschillende schakels bij het creëren van content, of het nu kranten, televisie, muziek of onderwijs ondersteunend materiaal betreft, kan de volgende verdeling gehanteerd worden:

  • Het begint altijd met de creatie, de schrijver / artiest / televisiemaker / filmmaker bedenkt het product waarbij deze vaak ondersteund wordt om tot de gewenste kwaliteit te komen (boekredactie, muziekproducent/mixer, filmproducent/montage)
  • Als de content er is moet deze vervolgens geproduceerd worden. Dit betreft het (massaal) vervaardigen van het product, schaal is om economische redenen essentieel hierbij
  • De derde schakel betreft de distributie, ofwel het product, eventueel met gebruik making van de tussenhandel, naar de klant brengen.
  • De vierde en feitelijk belangrijkste rol is het gebruik, het product gebruiken op tijd/plaats/manier zoals de consument dat wil.

De vraag is wat nu het kenmerkende verschil is met het verleden. Als we de verschillende schakels langslopen lijkt er bij de creatie in principe niet veel veranderd, echter door de enorm toegenomen toegankelijkheid van gereedschappen voor het maken van content zijn veel meer mensen daadwerkelijk gaan creëren. Waar in het verleden alleen de grote bedrijven/studio’s zich state of the art apparatuur veroorloven konden, is dit door de enorme prijserosie voor een ieder bereikbaar geworden. Wel kan worden vastgesteld dat het maken van hoogwaardige content niet triviaal is en dat ondersteuning hierbij veel toegevoegde waarde genereren kan. De andere schakels zijn in vergelijking met een aantal jaren geleden nog ingrijpender veranderd. Door de komst van printing-on-demand technieken is het bijvoorbeeld mogelijk boeken ook in (zeer) kleine oplages met voldoende lage kosten te produceren. Bij de creatie van eBoeken (nu al 5% van de verkoop) is het nog dramatischer.  Productie en distributie zijn één geworden en door te downloaden produceert de afnemer zijn eigen exemplaar. De verwachting is dat met name dit grote gevolgen zal hebben voor het distributienetwerk. Op de PICNIC 2010 wist Charles Melcher (van Melcher Media) te vertellen dat als ergens rond 2015 zo’n 20% van de verkochte boeken eBoeken zullen zijn dit het einde van ketens als Barnes & Nobles zal betekenen waarna het percentage eBoeken alleen nog maar sneller zal toenemen.
De grote winnaar is uiteindelijk de consument. Deze krijgt een veel groter aanbod van producten die hij in principe op een device naar keuze zal kunnen gebruiken, information/music/entertainment/learning at your fingertips.

learning at your fingertips

Herschikking van de keten

Dit alles overziend betekent wel dat de huidige rolverdeling in de productie van leermiddelen snel zal veranderen. De positie die de uitgevers daar traditioneel bekleden uit hoofde van hun defacto monopolie op productie en distributie is niet meer houdbaar. Toegegeven: uitgevers doen veel meer dan het produceren en distribueren van papier, met name hun rol ten aanzien van de kwaliteit van het materiaal is absoluut relevant. Echter deze rol kan ook anders ingevuld worden hetgeen een initiatief als Wikiwijs nu al aantoont. Uitgevers moeten zich realiseren dat hun huidige rol, die als basis hun snel eroderende pseudo-monopolie heeft, steeds minder vanzelfsprekend wordt. De eigenlijke creatie van leermateriaal gebeurt nu en in het verleden met name door het veld en dat kan straks op basis van WikiWijs-achtige constructies buiten de uitgevers om, een kwalitatief minstens gelijkwaardig aanbod van leermiddelen neerzetten. Uitgevers kunnen veel waarde toevoegen met name in een ondersteunende rol bij de creatie van materiaal. Ook zit er veel toegevoegde waarde in het bieden van een structuur (methode). Hiermee wordt een match geboden tussen de eisen die aan een opleiding worden gesteld (eindtermen) en het materiaal dat aan die eisen helpt voldoen. Uitgevers zijn echter niet de enige partijen die de expertise hebben om deze waarde te leveren. Wat daarbij nog wel onduidelijk is hoe het verdienmodel voor dergelijke diensten er uit kan zien. Zeker zodra de marge op productie en distributie naar nul gaat tenderen kunnen deze kosten van kwaliteitsborging en het aanbrengen van de structuur niet meer over grote oplages uitgesmeerd worden. Als de uitgevers relevant willen blijven zullen ze de komende tijd moeten experimenteren en zich bezinnen op een nieuw rol in de keten. Als ze dat niet willen of kunnen doen wacht ze waarschijnlijk het lot van de muziekindustrie waar de markt al volledig herschikt is. Overigens zonder nadelige gevolgen voor de gemiddelde muzikant of hun fans, er wordt meer muziek uitgebracht dan ooit tevoren. Een ding is echter zeker: het verleden komt nooit meer terug of in Arthur C. Clarke’s woorden: `We stand now at the turning point between two eras. Behind us is a past to which we can never return …

A past to which we can never return


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

 

Internet censuur door de overheid dreigt: a call to action!

Censuur
Demissionair minister Hirsch Ballin heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend onder de noemer "versterking bestrijding computercriminaliteit". Ondanks de mogelijk goede bedoelingen achter deze wetgeving lijkt het echter met name overheidscensuur te faciliteren e.g. in de hand te werken. De minister zal met deze wet de rechten van de online burger zeer sterk inperken.  Websites kunnen zonder tussenkomst van een rechter afgesloten worden, het wordt strafbaar om niet-openbare gegevens openbaar te maken (WikiLeaks/klokkeluiders) en er komt een verbod om opnames te maken van eigen gesprekken. Het mag duidelijk zijn dat deze voorstellen in de huidige vorm absoluut onaanvaardbaar zijn!

Ik sluit me daarom nadrukkelijk aan bij de oproep tot actie van Bits of Freedom die een brandbrief gepubliceerd hebben waarin Hirsch Balin gevraagd wordt de tekst van het voorstel aan te passen. Een ieder wordt daarbij gevraagd 1) te reageren op de internetconsultatie over deze wetgeving en 2) publiekelijk op hun blog de inhoud van de brief te onderschrijven. Bij deze dus!

Hoort, zegt het voort en laat je stem horen tegen dit zeer onwenselijke wetvoorstel!

Hieronder de tekst van de site van Bits of Freedom:

Op 15 september hebben wij een brief (PDF) gestuurd naar demissionair minister Hirsch Ballin, waarin talloze hoogleraren, bloggers en maatschappelijke organisaties zich uitspreken tegen een recent gelanceerd wetsvoorstel dat overheidscensuur in de hand werkt. Laat je horen, en doe mee met de actie tegen dit wetsvoorstel.

Hoe kan je actie ondernemen tegen het wetsvoorstel?

  • Stuur vandaag nog een reactie op de internetconsultatie over dit wetsvoorstel en stuur de brief mee (PDF). De internetconsultatie loopt tot 30 september.
  • Schrijf daarnaast een blog waarin je jouw steun voor deze brief uitspreekt, anderen oproept om te reageren op de internetconsultatie, en laat een link achter in onze comments.

Hoe meer reacties, hoe beter! Met een breed verzet kunnen we zorgen dat dit wetsvoorstel van tafel gaat.

 

Eens een Zoetermeerder…

Hoeveel bandbreedte hebben internetgebruikers nu eigenlijk nodig? Het standaard antwoord op deze vraag luidt al jaren “breedband” wat dat dan ook betekenen mag. Vervolgvraag is dan natuurlijk of de voorzieningen zoals die nu beschikbaar zijn zodanig breedbandig zijn dat we het doel bereikt hebben. Mijn antwoord is dan meestal negatief.  Bij de aanschaf van
elektrische apparatuur vraag je je toch ook nooit af of het elektriciteitsnet voldoende capaciteit heeft om welk apparaat in huis dan ook van voldoende spanning te voorzien? En zolang  dit niet voor bandbreedte geldt is de internetcapaciteit dus onvoldoende.

Een van de steden die met betrekking tot deze bandbreedte altijd grote ambities had is de gemeente Zoetermeer. Deze gemeente streeft al jaren een toppositie na, met het “Gigameer”-project als een van de concrete resultaten op dit gebied. Ik was dan ook erg verbaasd toen ik hoorde dat wethouder Emmens nu besloten heeft dat de huidige voorzieningen ineens goed genoeg zijn. En daar gaan je mooie ambities dan… Hopelijk kan het nieuw te vormen college weer meer inhoud aan de ICT-ambities van Zoetermeer geven. Al kom ik er niet dagelijks meer, ik blijf toch altijd een beetje Zoetermeerder :-) .

hnzz

Knipsel AD 8-3-2010

TheNextWeb2009 conference

Logotnw

De TheNextWeb2009 conference ligt weer achter ons : drie dagen presentaties, demo's, parties en meer… Dit jaar geen nieuwe baanbrekende ontwikkelingen. Geen revolutie maar evolutie, e.g. geen groot nieuws… de cloud is the way to go, twitter rulez en de era van het individu is aangebroken maar DAT wisten we al.. In de productensfeer een aantal (wel al bekende) mooie producten gezien zoals  "My Name Is E" en Prezi.

De verdict: The Next Web is een goede conferentie die – met wat meer aandacht – zelfs uitstekend zou kunnen worden. Ik ga overigens hier zeker niet proberen de conferentie zelf te "verslaan", uiteindelijk staan hier (thenextweb) en hier (contentgirls) al voldoende mooie overzichten van de verschillende (blog)verslagen van The Next Web.

Keen

foto DailyM

Wat vond ik goed
Een aantal indrukwekkende sprekers waarvan Andrew Keen – even los wat ik inhoudelijk van hem vind – de meeste indruk maakte. Daarnaast maakte de presentaties van  Jeff Jarvis, Werner Vogels, Bradley Horowitz, Chris Sacca en Khris Loux veel indruk! Allemaal mensen met een verhaal, een visie en het vermogen dit uit te dragen. En natuurlijk ook memorabel: de handstand van @Hermioneway en het twitter-commentaar van contentgirl Xaviera Ringeling.

Hermoine

Wat vond ik minder
Met name het aantal (product)presentaties in de Next Startup wedstrijd, of beter de kwaliteit daarvan. Misschien is het een idee om de volgende keer de dames/heren presentatoren een workshop presenteren of coaching op dit gebied cadeau te geven als onderdeel van de package. Nu was het vaak te onduidelijk wat het product was, welk probleem er opgelost wordt, etc. Jammer, zeker gezien de grote hoeveelheid tijd en energie de deelnemers zich zichtbaar getroost hadden… Een andere teleurstelling was de presentatie van Matt Mullenweg: een verzameling platitudes zonder – althans voor mij – herkenbare samenhang. Meer algemeen had ik vaak het gevoel dat de presentaties best specifieker en diepgaander hadden gemogen. Zo was de presentatie van Eric Meyer bijvoorbeeld nu toch te technisch voor de niet-techneuten maar weer te oppervlakkig voor de rest.

Meyer

Al met al 3 goedbesteedde, leuke en inhoudsvolle dagen en ik hoop volgend jaar bij TheNextWeb2010 een nog betere belevenis te hebben.

Stichting Copyright & Nieuwe Media

Copyright

Dat auteursrecht/copyright een lastig, verwarrend en wat mij betreft contra-intuïtief onderwerp is, is mij al lang geleden duidelijk geworden in het kader van projecten van SURFnet, Kennisnet en NIBG die tot doel hadden het archief van de publieke omroep voor het onderwijs te ontsluiten. Ergens is dat niet zo verwonderlijk, het vigerende recht op dit gebied stamt grotendeels uit het begin van de vorige eeuw, lang voor dat media als radio, televisie en dergelijke gemeengoed was, om nog maar te zwijgen van de digitale revolutie die daarna heeft plaatsgevonden.

Stichting Copyright & Nieuwe Media bannerHet gevolg van een en ander is wel dat het voor de leek/gemiddelde mens buitengewoon lastig is om uit te maken wat nu wel en wat nu niet mag. Dit is daarom een probleem omdat we, op basis van de nieuwe digitale mogelijkheden, ineens allemaal massaal content aan het produceren zijn. Om hierin te voorzien is de Stichting Copyright & Nieuwe Media in het leven geroepen die een ieder die op internet publiceert wegwijs wil maken en helpen in het juridische moeras dat copyright heet. De Stichting is opgericht door een aantal
toonaangevende internetondernemers die zich sterk willen maken voor de
belangen van internet publicisten. Stichting Copyright & Nieuwe Media biedt hierbij ondersteuning door het geven van voorlichting over onder andere de Creative Commons,
het bevorderen van de bewustwording over bestaande wet- en regelgeving
rond het auteursrecht, het verzamelen van kennis over dit onderwerp en door het inrichten van een helpdesk voor amateur-auteurs die problemen ondervinden in het kader van de huidige wet- en regelgeving. Een nuttig en in mijn ogen zelfs noodzakelijk initiatief gegeven de complexiteit van het onderwerp en de (financiële) risico’s die kunnen kleven aan het onvoorzichtig publiceren op internet, vandaar ook de banner in de linkerkolom!

Copyright

Een van de activiteiten van de stichting is het geven van masterclasses over deze onderwerpen. De masterclass die vandaag gegeven werd, wordt overigens binnenkort ingeblikt en zal dan voor een ieder via internet te bekijken zijn.
Drie sprekers gaven achtereenvolgend een kort overzicht van de problematiek en de werkzaamheden van de Stichting Copyright & Nieuwe Media (Ronald van den Hoff), een overzicht van de wetgeving op dit gebied (Arnout Engelfriet) en als afsluiting een inzichtelijk verhaal dat aangaf waartoe dit allemaal in de (muziek)praktijk toe leidt (van Marco Raaphorst). Na de pauze werd een en ander afgesloten met een Q&A sessie van de drie heren tezamen. Al met al een zeer goed bestede middag over een must-know onderwerp voor een ieder die op internet publiceert.

NB: Arnout Engelfriet heeft ook een boek gepubliceerd over dit onderwerp en meer dat hier te verkrijgen is. Ik heb het boek overigens zelf (nog) niet gelezen.

Van wie is mijn informatie nu eigenlijk?

Bedrijven (en ook de overheid) verzamelen steeds meer informatie. Vraag is daarbij van wie al die informatie die bedrijven van/over je bezitten – of het nu gaat om je belgegevens, je aankopen bij BOL, je Google zoektermen of je vrienden bij Hyves en Facebook – nu eigenlijk is.
Gevoelsmatig zeg ik dat dit gewoon MIJN gegevens zijn* en dat is ook de basisgedachte achter het fenomeen VRM ofwel Vendor Relationship Management.
In de praktijk werkt het echter (nog) niet zo. De verhouding tussen klant en leverancier is vaak zoek omdat je macht als klant te beperkt is. Ik kan bijvoorbeeld als klant niet of nauwelijks beschikken over mijn belstatistieken die mijn mobiele operator over mij verzamelt. De inhoud van een willekeurige mijn.leverancier.nl kan ik vaak wel bekijken maar de gegevens zelf eenvoudig verzamelen is er niet bij. Kortom de informatie gaat er wel in en wordt opgeslagen maar IK kan het er niet meer bij laat staan het er uithalen. Mijn “data” zit gevangen en niet ik, maar een ander heeft de sleutel.

Vraag is natuurlijk wel of VRM ook het belang van leveranciers dient. Volgens Doc Searls – de godfather van de VRM beweging – is dit inderdaad het geval en zijn stelling luidt dan ook:

“a free customer is more valuable than a captive one”.

Ergo: het is ook voor bedrijven uiteindelijk aantrekkelijk om de klant in charge te laten zijn.

Er is overigens nog wel een lange weg te gaan. Dit soort bewegingen veranderen de verhouding tussen klant en leverancier. En de eerste voorbeelden laten zien dat zowel klanten als leveranciers hier erg aan moeten wennen.

Het goede nieuws is dat de eerste tools voorzichtig beschikbaar komen. OpenID is een voorbeeld van een dienst die het in aanleg mogelijk maakt je eigen identiteit(en) zelf bij te houden en naar believen te delen. Ook projecten als Mine!, Higgins, project VRM, the R-button en AttentionTrust zijn hier voorbeelden van.

Het andere goede nieuws is dat het eerste VRMevent in Nederland (hier een uitgebreid verslag) een volle zaal trok. Het onderwerp leeft dus blijkbaar! Goed event, goede sprekers, betrokken publiek!

Dit bleek onder meer uit de soms verhitte discussies over nut en noodzaak van VRM waarbij VRM zowel met socialism 2.0 als capitalism 2.0 aangeduid werd. Na een intro over het onderwerp door Naos Wilbrink werden er een aantal casestudies gepresenteerd door Beabo, iChoosr, Plebble en Werkspot waarin een aantal facetten van het VRM-denken getoond werden. De keynote was van “Mr VRM” Doc Searls himself. Al met al een zeer geslaagd event met als (taalkundig misschien wat verwarrende) eindconclusie:

“VRM is nog geen keihard feit, maar het is wel onontkoombaar”


* Volgens de Nederlandse wetgeving (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland) is dat overigens niet zo, ik heb slechts het recht deze data in te zien.

One ID to rule them all, one ID to find them, one ID to bring them all and in the darkness bind them…

Hnzz_kaartjes

Een van mijn dagelijkse ergernissen is het enorme aantal accounts dat ik nodig heb voor de verschillende websites die ik gebruik. Het is nog erger dan de fysieke kaartjes (zie boven) in mjn portemonnee. Maar nu is er uitzicht op verbetering. Ik kan namelijk sinds kort bij sites als Plaxo.com inloggen met mijn Google account. Dit kan omdat Google is toegetreden tot de OpenID community. Je kon al je Yahoo account gebruiken als OpenID. En ook je Windows Live account (MSN/Hotmail/Live Mail) is binnenkort een OpenID. En nu je ook een Google e-mail (Gmail) account als OpenID kan gebruiken, beschikt dus een groot deel van de online consumentenpopulatie ineens over een OpenID. Met deze toevoeging van Gmail zijn de belangrijkste gratis emaildiensten OpenID enabled. En omdat  een groot deel van de online populatie over zo’n account beschikt is OpenID het meest verspreide authenticatiemechanisme geworden.

Cirrus-logo Het OpenID logo zou je een beetje met het Cirrus logo op een betaalautomaat kunnen vergelijken. Als je dat ziet weet je dat bij die automaat geld met je bankpassen (met Cirrus logo) kan pinnen. Het OpenID logo werkt soortgelijk, zodra je dat ziet kan je met een van je OpenID’s (bijvoorbeeld je Gmail of je Hotmail account) op een site inloggen.

Het voordeel hiervan is evident, in plaats van tientallen accounts voor online services kun je ineens met een of twee accounts af. Het opzeten van allerhande mashup-achtige diensten wordt, zeker als de serviceprovider naast OpenID ook van de nieuwe OAuth mogelijkheden gebruik gaat maken, vele malen eenvoudiger.  Bijkomend voordeel is dat OpenID veel meer controle bij de gebruiker legt. Deze kan nu bepalen welke informatie al dan niet uitgewisseld wordt tussen providers. Risico is natuurlijk dat je, wanneer je account gecompromiteerd wordt, nu een echt probleem hebt:-(

Openid-logo

We zijn er overigens nog niet. Zo kan ik mijn Microsoft OpenID (nog) niet gebruiken om bij Google in te loggen en omgekeerd. Want hoewel je met je Google account bij een OpenID enabled website kan inloggen is het omgekeerde nog niet waar. Met OpenID kan een website er namelijk voor kiezen dat derden gebruik maken van hun accounts (ofwel de rol van OpenID provider) en daarnaast kan je ook toegang tot je eigen site geven op basis van accounts van anderen (de rol van OpenID relaying party). Google en ook  Microsoft zijn voorlopig alleen provider en dus geen relaying parties. Voor het gebruikvan Google-diensten zelf heb je nog steeds een “echt” Google account nodig hoewel daar dus technisch geen noodzaak meer voor bestaat.

In elk geval is de brede verspreiding van OpenID goed nieuws omdat dit het gebruik van online diensten in het algemeen beduidend kan vereenvoudigen. OpenID had tot nu toe een kip-ei probleem: zolang gebruikers geen OpenID’s hadden was het gebruik niet relevant, maar omdat er geen toepassingen waren was het bezit van een OpenID niet nuttig. Door de acties van Google, Yahoo en Microsoft is er in elk geval een grote gebruikersgroep ontstaan. En er is daarmee een defacto standaard ontstaan hetgeen ruimte geeft voor identity-providers om value-added diensten op te zetten op basis van deze grote gebruikersgroep. De waarde van OpenID diensten is uiteindelijk afhankelijk van het aantal OpenID bezitters in de online wereld.

En voor de Hyves, Facebooks maar ook de DigiD’s en SURFnet en Kennisnetten van deze wereld geeft het kansen om een centrale plek in te nemen c.q. te behouden in het online-ecosysteem.

Al met al beschikken de meeste consumenten nu over een OpenID dus:

  • Aanbieders van ID-systemen: oportunity knocks! DigiD/Kennisnet/Hyves/Facebook/… ga ook OpenID bij voorkeur in de meest brede vorm ondersteunen;
  • Gebruikers: gewoon gaan gebruiken en OpenID toegang vervolgens ook van alle andere dienstaanbieders eisen!

OAuth maakt het mogelijk om websites beperkte toegang tot je account te geven. Dit ka je gebruiken om bijvoorbeeld een dienst als Linkedin bijvoorbeeld alleen toegang te geven tot je Plaxo contactgegevens.Het is als zodanig een aanvulling op OpenID.

IPv4 adressen… de bodem komt in zicht!

De jury van de IPv6 Awards 2008 heeft bekend gemaakt de Award dit jaar niet uit te reiken. Reden: het aantal inzendingen was zodanig klein dat er van enige competitie geen sprake was.

Opmerkelijk, want wat je er ook van vindt, de noodzaak van de inzet van IPv6 is nu toch echt niet meer te ontkennen. Tot  voor kort viel misschien nog net vol te houden dat er nog steeds geen echte reden voor de invoering was. De laatste berekeningen laten echter zien dat zelfs bij het huidige uitgifte-tempo de adressen ergens eind 2012 gewoon op=op zijn.

Wat was het probleem ook al weer? For starters: alle met internet verbonden systemen communiceren met elkaar op basis van nummers of numerieke adressen: het z.g.n. IP adres. Dit adres zie je als gebruikers meestal niet omdat software gelukkig in staat is om een naam als www.google.com  automatisch om te zetten naar het bijbehorende numerieke adres, bijvoorbeeld 64.233.183.99. Het probleem is nu dat er binnen het huidige IPv4 systeem te weinig ruimte is om in de toekomst alle met internet verbonden systemen zo’n nummer te geven. Alleen al de groei van mobiel dataverkeer maakt dat er veel meer behoefte is aan dergelijke adressen. De laatste inzichten zijn dat ergens tussen 2010 en 2013 de ruimte op is. De oplossing: een grotere adresruimte met langere adressen dus. Het is als zodanig te vergelijken met de komst van de 10-cijferige telefoonnummers in 1995. Veel meer info hier, hier, hier en hier.

Om de voorziene groei te faciliteren is in 1995 begonnen met het werk aan IPv6, de opvolger van IPv4. Naast een aantal veranderingen cq verbeteringen is het doel dat alle met internet verbonden systemen een eigen adres kunnen krijgen. Die langere adressen maken echter wel dat de software, die nu met de huidige – korte – adressen werkt, aangepast moet worden. Dat is ondertussen voor een groot deel gebeurd. Zo kunnen de huidige Apple/Microsoft en Linux versies er in principe probleemloos mee omgaan. Ook grote aanbieders van services als Google zijn op basis van IPv6 bereikbaar. Een complicerend punt is wel dat gedurende een lange periode beide systemen – IPv4 én IPv6 – naast elkaar zullen bestaan waarbij gebruikers van beide systemen probleemloos met elkaar moeten kunnen communiceren.
Al met al een verre van triviale opgave, waarbij met name de internet providers, de ISP’s, als eerste hun netwerken voor IPv6 gereed zullen moeten maken.

Naast het werk aan IPv6 zijn er de afgelopen jaren ook een aantal maatregelen genomen en truc’s verzonnen om de houdbaarheid van het bestaande IPv4 systeem te verlengen. Dit heeft een tweeledig gevolg gehad. Enerzijds is er natuurlijk veel tijd gekocht om IPv6 te vervolmaken. Anderzijds is het onontkenbaar dat hierdoor ook de sense of urgency, die in 1994/95 absoluut aanwezig was, ondertussen weggeëbd is omdat jaar op jaar bleek dat er nog steeds IPv4 adressen verkrijgbaar waren.

Dat is nu dus bijna over. En nu de adressen toch echt aan het opraken zijn (zie countdown onderaan de pagina) is actie nú absoluut geboden. Om bewustwording te creëren over de noodzaak van de invoering van IPv6 heeft de overheid (ministerie van EZ) de Nederlandse Task Force IPv6 onder voorzitterschap van Erik Huizer opgericht. NB: de Taskforce is op zijn beurt weer lid van de overkoepelende European IPv6 Taskforce. De genoemde IPv6 Awards was een van de middelen die ze daarvoor ingezet hebben.

Uit het afblazen van de Award maar ook uit de inventarisatie van IPv6-gebruik in Nederland blijkt in elk geval dat die beoogde bewustwording er nog echt niet is. Ik geef toe dat het nog geen 2013 is maar de introductie van iets ingrijpends als IPv6 heeft veel tijd nodig. Bijvoorbeeld tijd voor het verwerven van de benodigde  (schaarse) kennis, tijd voor de inventarisatie bij organisaties van afhankelijkheden van IPv4, tijd voor het opzettten en introduceren van nieuwe capabilities in systemen en netwerken, etc.

Toegegeven: onder druk wordt alles vloeibaar maar dan moet je je wel realiseren dat je het uiteindelijke resultaat dan toch niet meer volledig in de hand hebt.


Countdown to the Regional registry IPv4 address exhaustion moment. We now still have:

Data obtained from: http://penrose.uk6x.com/

3D printing: breakthrough technology all the way…

The world has arrived at an age of cheap complex devices of great reliability; and something is bound to come of it.
- Vannevar Bush, As We May Think, 1945

3D printing is zo’n onderwerp waar je soms wat over leest, maar dat toch altijd ergens achter de horizon blijf steken. Tot ik afgelopen week (in het kader van een Kennisnet “Kamer van Morgen” brainstorm sessie) kennis heb genomen van de state of the art van 3D printing. En deze state of the art gaf me net zo’n gevoel als de eerste personal computer en laserprinter. Tools die uiteindelijk aardverschuivingen teweeg gebracht hebben. Enerzijds omdat plotseling grote groepen gebruikers beschikking kregen over tools die tot dat moment niet betaalbaar waren, een long tail effect dus. Anderzijds door de nieuwe gebruiksmogelijkheden die tot dat moment gewoon niet bestonden.
En deze aspecten gelden ook voor  3D printing. Het verandert de wereld zoals we die nu kennen op een groot aantal manieren. Alleen al het feit dat je op je PC in 3D kan ontwerpen en dit direct à la de laserprinter in 3D uit kan printen zet de huidige fabricage-wereld volledig op zijn kop.

Picture55

Helemaal digitaal
Een mooi voorbeeld hiervan is het werk van de vormgever Janne Kytannen van FOC Collection. Janne is een designer die eigenlijk helemaal digitaal werkt. Pas in de laatste stap, de fabricage van het fysieke object, verlaat zijn werk de digitale wereld. En die stap doet hij niet zelf, hij gebruikt daarvoor een netwerk van 3D printer service bureau’s. Zijn statement: mijn wereld bestaat uit bestanden, als ik iets  wil bezitten hoef ik het alleen maar te (laten) printen waardoor ik geen behoefte meer aan dat bezit heb, het idee heb ik immers altijd bij me.

De voordelen van zijn werkwijze zijn legio: je kan met behulp van deze printtechniek objecten maken die met traditionele technieken niet gemaakt kunnen worden, ook is er geen noodzaak voor een zekere massa/hoeveelheid om kosteneffectief te acteren en als je objecten on demand kan printen krijgt het begrip voorraad en het financiële risico wat daar aan verbonden is een geheel andere dimensie. Verder kan je de digitale versies laten uitprinten waar je maar wilt, geen noodzaak om in China te produceren en naar Europa of de VS te transporteren. En vanwege het digitale karakter kan je het ontwerp ook heel eenvoudig vergroten/verkleinen, aanpassen en personaliseren.

Schaal

Intellectueel eigendom komt natuurlijk ook weer om de hoek kijken, want net als bij de CD of DVD is het werk een digitaal bestand, wat met 100% nauwkeurigheid te kopiëren is. Desgevraagd zei Jukka dat hij zijn designs bewust niet beschermt! Werk van gisteren heeft voor hem geen waarde en is als zodanig vergelijkbaar met “yesterday’s paper”.

Heilig Hart
In het kader van het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma is gekeken in hoeverre 3D printen in het onderwijs toepasbaar is. Een heel eenvoudige opzet: een klas van de Heilig Hartschool in Den Haag, is gevraagd een ontwerp te maken voor een speeltoestel dat dan vervolgens in 3D (op schaal) door het printbedrijf Shapeways zou worden uitgeprint. Resultaat: een mooie 3D maquette van het toestel maar belangrijker: een klas heeft enthousiast samengewerkt om tot dit resultaat te komen, waarbij spelenderwijs vaardigheden als ruimtelijk inzicht, maar ook projectmatig werken, werken in groepen, werkverdeling en het uiteindelijk kiezen van het beste idee geïntroduceerd zijn. Een mooie quote van een van de kinderen die op de vraag wat 3D printen nu eigenlijk inhield: net als printen op papier maar dan echt.

piramidehhschool.png

The best is yet to come
Bij het overzicht van de stand der techniek door René Houben van TNO moest ik denken aan de woorden van Alan Kay: “the best is yet to come“. Ondanks dat er nu al veel kan, een voorbeeld was het vervangen van traditionele vering voor The European Extremely Large Telescope door in 3D geprinte holle magnesium veren dat een enorm gewichts- en dus kostenbesparing opleverde, is de huidige techniek het beste te vergelijken met de mainframes en Altairs uit de 70′er jaren.
3D printing is for real, en ondanks dat we nu met de kennis over de uiteindelijke impact van ict wel kunnen vermoeden dat deze ontwikkeling “groot” is, ben ik met name benieuwd hoe groot het uiteindelijk gaat worden. Voor wie Neil Stephenson’s boek The Diamond Age gelezen heeft: dit lijkt toch echt op de mogelijkheden van de daarin beschreven zgn “matter compiler”, zij het dat die op nog elementairder schaal werkt. Kortom, zoals ik me altijd graag voorhoud: the future is (as always) already here…

NB: voor meer informatie verwijs ik graag naar de publicatie van de technologie scouting van het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma.

Page 1 of 41234»