Op het feestje ter gelegenheid van mijn vertrek bij VKA verzorgden de Haagse muzikanten Rob Sprinkhuizen en Rik Fennis ofwel het duo RikEnIk de muziek. Omdat de muzikale uitsmijter in het GEM niet helemaal uit de verf kwam - ze moesten namelijk fluisterzacht spelen - hebben ze voor mij deze opname gemaakt.
Ik kreeg verder nogal wat vragen over de muzikanten dus daarom nog maar een keer: als je de heren wilt boeken moet je een email naar info@rikenik.nl sturen of even op hun MySpace pagina kijken.
Binnen het project "Naturalis Hysteria" houd ik me in de context van mijn Pronk van der Meijden / 2GODS activiteiten al jaren bezig met de relatie tussen verhalen, herinneringen en identiteit, alsmede de wijze waarop je herinneringen bewust of onbewust kan manipuleren. Omdat dit ook het onderwerp was van het eendaagse mediafestival "Het Geheugenhuis" zijn we afgelopen zaterdag naar pakhuis De Zwijger getogen om ons op de hoogte te stellen van de state of the art op dit gebied. Het programma kende een aantal coryfeeën op het gebied van geschiedenis en hersen- en geheugenonderzoek en wilde inzicht geven in relevante maatschappelijke, culturele en technologische ontwikkelingen. Het festival had de ambitie inzicht te geven in de werking van het geheugen, het belang
van persoonlijke en collectieve herinneringen én de rol van wetenschap,
(beeldende) kunst, literatuur, theater, nieuwe media en
mediatechnologie.
Al met al was het een geslaagd gebeuren. Met name de meer plenaire bijdragen van Douwe Draaisma en Erik Scherder waren waardevol terwijl ook de door Ruben Maes geleide debatten tot verdieping/overdenking opriepen. Ook de indrukwekkende persoonlijke "kleine verhalen" (van het seminar Kleine verhalen, grote geschiedenis), zoals dat van een Palenstijnse vluchteling (zie ook vertrokkengezichten.net) maakten veel indruk. Wel viel op dat de "experts" nog wel erg in hun ivoren toren vertoeven en "professionele geschiedschrijving op basis van formele regels" als het grootste goed beschouwen en toch met een zeker dedain neerkijken op het user-generated gebeuren. En hoewel de nogal ambitieuze doelstelling niet geheel waargemaakt werd hebben we onze kennis op het gebied van geheugen, verhalen, identiteit en herinnering verder kunnen verdiepen.
Een van de meer opmerkelijke opgedane inzichten daarbij was dat, hoewel
het onthouden een moeilijk stuurbaar proces betreft, met name het geforceerd
vergeten van herinneringen eigenlijk onmogelijk is en dat dit nu juist
als zeer gewenst gezien wordt.
Jammer was wel dat de publieksparticipatie toch erg beperkt bleef en dat het door het grote aantal parallelsessies vaak lastig was een keuze uit het aanbod te maken. Ook met name de technologische ontwikkelingen op dit gebied bleven relatief onderbelicht. De prachtige muziek van Nello Mirando kwam door de gekozen setting - hij speelde in een zaal waar voortdurend mensen inliepen/uitliepen/discussieerden - slecht tot zijn recht. En dat was jammer.
NB: De verschillende bijdragen, lezingen en debatten zijn overigens allemaal op video vastgelegd en worden straks online raadpleegbaar via de website.
NB: deze post is een crosspost van www.2gods.com/2009/04/geheugenhuis.html
De TheNextWeb2009 conference ligt weer achter ons : drie dagen presentaties, demo's, parties en meer... Dit jaar geen nieuwe baanbrekende ontwikkelingen. Geen revolutie maar evolutie, e.g. geen groot nieuws... de cloud is the way to go, twitter rulez en de era van het individu is aangebroken maar DAT wisten we al.. In de productensfeer een aantal (wel al bekende) mooie producten gezien zoals "My Name Is E" en Prezi.
De verdict: The Next Web is een goede conferentie die - met wat meer aandacht - zelfs uitstekend zou kunnen worden. Ik ga overigens hier zeker niet proberen de conferentie zelf te "verslaan", uiteindelijk staan hier (thenextweb) en hier (contentgirls) al voldoende mooie overzichten van de verschillende (blog)verslagen van The Next Web.
Wat vond ik goed Een aantal indrukwekkende sprekers waarvan Andrew Keen - even los wat ik inhoudelijk van hem vind - de meeste indruk maakte. Daarnaast maakte de presentaties van Jeff Jarvis, Werner Vogels, Bradley Horowitz, Chris Sacca en Khris Loux veel indruk! Allemaal mensen met een verhaal, een visie en het vermogen dit uit te dragen. En natuurlijk ook memorabel: de handstand van @Hermioneway en het twitter-commentaar van contentgirl Xaviera Ringeling.
Wat vond ik minder Met name het aantal (product)presentaties in de Next Startup wedstrijd, of beter de kwaliteit daarvan. Misschien is het een idee om de volgende keer de dames/heren presentatoren een workshop presenteren of coaching op dit gebied cadeau te geven als onderdeel van de package. Nu was het vaak te onduidelijk wat het product was, welk probleem er opgelost wordt, etc. Jammer, zeker gezien de grote hoeveelheid tijd en energie de deelnemers zich zichtbaar getroost hadden... Een andere teleurstelling was de presentatie van Matt Mullenweg: een verzameling platitudes zonder - althans voor mij - herkenbare samenhang. Meer algemeen had ik vaak het gevoel dat de presentaties best specifieker en diepgaander hadden gemogen. Zo was de presentatie van Eric Meyer bijvoorbeeld nu toch te technisch voor de niet-techneuten maar weer te oppervlakkig voor de rest.
Al met al 3 goedbesteedde, leuke en inhoudsvolle dagen en ik hoop volgend jaar bij TheNextWeb2010 een nog betere belevenis te hebben.
Dat auteursrecht/copyright een lastig, verwarrend en wat mij betreft contra-intuïtief onderwerp is, is mij al lang geleden duidelijk geworden in het kader van projecten van SURFnet, Kennisnet en NIBG die tot doel hadden het archief van de publieke omroep voor het onderwijs te ontsluiten. Ergens is dat niet zo verwonderlijk, het vigerende recht op dit gebied stamt grotendeels uit het begin van de vorige eeuw, lang voor dat media als radio, televisie en dergelijke gemeengoed was, om nog maar te zwijgen van de digitale revolutie die daarna heeft plaatsgevonden.
Het gevolg van een en ander is wel dat het voor de leek/gemiddelde mens buitengewoon lastig is om uit te maken wat nu wel en wat nu niet mag. Dit is daarom een probleem omdat we, op basis van de nieuwe digitale mogelijkheden, ineens allemaal massaal content aan het produceren zijn. Om hierin te voorzien is de Stichting Copyright & Nieuwe Media in het leven geroepen die een ieder die op internet publiceert wegwijs wil maken en helpen in het juridische moeras dat copyright heet. De Stichting is opgericht door een aantal
toonaangevende internetondernemers die zich sterk willen maken voor de
belangen van internet publicisten. Stichting Copyright & Nieuwe Media biedt hierbij ondersteuning door het geven van voorlichting over onder andere de Creative Commons,
het bevorderen van de bewustwording over bestaande wet- en regelgeving
rond het auteursrecht, het verzamelen van kennis over dit onderwerp en door het inrichten van een helpdesk voor amateur-auteurs die problemen ondervinden in het kader van de huidige wet- en regelgeving. Een nuttig en in mijn ogen zelfs noodzakelijk initiatief gegeven de complexiteit van het onderwerp en de (financiële) risico's die kunnen kleven aan het onvoorzichtig publiceren op internet, vandaar ook de banner in de linkerkolom!
Een van de activiteiten van de stichting is het geven van masterclasses over deze onderwerpen. De masterclass die vandaag gegeven werd, wordt overigens binnenkort ingeblikt en zal dan voor een ieder via internet te bekijken zijn. Drie sprekers gaven achtereenvolgend een kort overzicht van de problematiek en de werkzaamheden van de Stichting Copyright & Nieuwe Media (Ronald van den Hoff), een overzicht van de wetgeving op dit gebied (Arnout Engelfriet) en als afsluiting een inzichtelijk verhaal dat aangaf waartoe dit allemaal in de (muziek)praktijk toe leidt (van Marco Raaphorst). Na de pauze werd een en ander afgesloten met een Q&A sessie van de drie heren tezamen. Al met al een zeer goed bestede middag over een must-know onderwerp voor een ieder die op internet publiceert.
NB: Arnout Engelfriet heeft ook een boek gepubliceerd over dit onderwerp en meer dat hier te verkrijgen is. Ik heb het boek overigens zelf (nog) niet gelezen.
Toen me een paar maanden geleden door een aantal junior collega's gevraagd werd eens te vertellen hoe ik mijn eigen "carrière" vorm gegeven had, kwam ik niet veel verder dan de vaststelling dat ik eigenlijk nooit iets aan carrièreplanning heb gedaan en dat zoiets wat mij betreft eigenlijk ook aperte onzin is. Volgens mij moet je zien uit te vinden wat je sterktes zijn/waar je kracht ligt en verder je omgeving continu blijven scannen op kansen en mogelijkheden en indien opportuun, deze kansen pakken. Ik heb vorige week dan ook met veel plezier het boekje "Johnny Bunko" gelezen waarin dit idee - naast vijf andere carrière-tips - verpakt in manga format verbeeld wordt. Een aanrader voor een ieder die (nog) in loopbaanplanning gelooft...
Al 20+ jaar hou ik me bezig met wat ik tegenwoordig voor de eenvoud maar 'alles internet' noem. Een belangrijk onderdeel is daarbij voor mij altijd de relatie met kunst en cultuur geweest. Na 14 jaar met veel plezier als partner/principal consultant bij Verdonck, Klooster & Associates (VKA) gewerkt te hebben is het nu tijd voor een 'next step'. Ik ga me volledig richten op het snijvlak van kunst, nieuwe media en "alles internet".
Consequentie is in elk geval dat ik per 1 februari niet meer verbonden ben aan VKA. De komende weken ga ik eerst eens rustig werken aan de verdere wat, waar's en hoe's en de rest komt dan vanzelf wel, leert de ervaring.
Ik heb er in elk geval veel zin in en indachtig mijn second best favorite credo "the best is yet to come" ga ik dus mooie tijden tegemoet.
NB: mijn nieuwe coordinaten voor email, mobiel enzo kun je vinden op LinkedIn of Plaxo.
Sinds vorige week kan ik de vraag "Do You Poken?" met een volmondig JA beantwoorden vanwege mijn nieuwste gadget: een Poken. Een Poken is een fysieke USB-sleutelhanger (of in meer IT termen een token) die gelinked is aan je virtuele identiteit/visitekaarje die op het web opgeslagen en uitgewisseld wordt. Wanneer je een andere Pokenbezitter tegenkomt kun je de twee Pokens tegen elkaar houden (een high five in Poken taal) waardoor je virtuele visitekaart uitgewisseld wordt (op basis van een ingebouwde rfid chip). Zodra je vervolgens je eigen Poken koppelt met een computer met internettoegang (via USB) wordt deze visitekaart direct aan je contactpersonen toegevoegd.
Het concept van virtuele visitekaartjes die je op basis van rfid uit kan wisselen is natuurlijk niet nieuw. Er wordt al lang door meerdere partijen aan dit soort oplossingen gewerkt, echter tot nu toe zonder veel succes.
Het aantrekkelijke van deze oplossing schuilt in een combinatie van de hoge aaibaarheidsfactor (althans voor de consumentenarkt, het is denk ik eerder een belemmering voor gebruik in een meer bedrijfsmatige omgeving), de relatief lage prijs, het gebruiksgemak (je hoeft geen software te installeren, je stopt um in een USB-poort op je pc en thats it) en de slimme koppelingen met een aantal gangbare sociale netwerken (zoals Hyves, LinkedIn, Facebook en Twittter). Wel is de uitwisseling van gegevens tussen Pokens zo simpel dat dit toch enige uitleg behoeft, hoe raar dit ook klinken mag. Je verwacht namelijk op een knop te moeten drukken of iets dergelijks maar het even tegen elkaar aanhouden blijkt echt voldoende zoals in de video uitgelegd wordt.
Of Poken de hit van 2009 wordt valt wat mij betreft nog even te bezien maar ik geef ze voorlopig een goede kans om razendsnel tot een echte tophit uit te groeien.
Kortom LetsPoke!
Voor meer informatie en het bestellen van je eigen Poken:
Bedrijven (en ook de overheid) verzamelen steeds meer informatie. Vraag is daarbij van wie al die informatie die bedrijven van/over je bezitten - of het nu gaat om je belgegevens, je aankopen bij BOL, je Google zoektermen of je vrienden bij Hyves en Facebook - nu eigenlijk is.
Gevoelsmatig zeg ik dat dit gewoon MIJN gegevens zijn* en dat is ook de basisgedachte achter het fenomeen VRM ofwel Vendor Relationship Management.
In de praktijk werkt het echter (nog) niet zo. De verhouding tussen klant en leverancier is vaak zoek omdat je macht als klant te beperkt is. Ik kan bijvoorbeeld als klant niet of nauwelijks beschikken over mijn belstatistieken die mijn mobiele operator over mij verzamelt. De inhoud van een willekeurige mijn.leverancier.nl kan ik vaak wel bekijken maar de gegevens zelf eenvoudig verzamelen is er niet bij. Kortom de informatie gaat er wel in en wordt opgeslagen maar IK kan het er niet meer bij laat staan het er uithalen. Mijn "data" zit gevangen en niet ik, maar een ander heeft de sleutel.
Vraag is natuurlijk wel of VRM ook het belang van leveranciers dient. Volgens Doc Searls - de godfather van de VRM beweging - is dit inderdaad het geval en zijn stelling luidt dan ook:
"a free customer is more valuable than a captive one".
Ergo: het is ook voor bedrijven uiteindelijk aantrekkelijk om de klant in charge te laten zijn.
Er is overigens nog wel een lange weg te gaan. Dit soort bewegingen veranderen de verhouding tussen klant en leverancier. En de eerste voorbeelden laten zien dat zowel klanten als leveranciers hier erg aan moeten wennen.
Het goede nieuws is dat de eerste tools voorzichtig beschikbaar komen. OpenID is een voorbeeld van een dienst die het in aanleg mogelijk maakt je eigen identiteit(en) zelf bij te houden en naar believen te delen. Ook projecten als Mine!, Higgins, project VRM, the R-button en AttentionTrust zijn hier voorbeelden van.
Het andere goede nieuws is dat het eerste VRMevent in Nederland (hier een uitgebreid verslag) een volle zaal trok. Het onderwerp leeft dus blijkbaar! Goed event, goede sprekers, betrokken publiek! Dit bleek onder meer uit de soms verhitte discussies over nut en noodzaak van VRM waarbij VRM zowel met socialism 2.0 als capitalism 2.0 aangeduid werd. Na een intro over het onderwerp door Naos Wilbrink werden er een aantal casestudies gepresenteerd door Beabo, iChoosr, Plebble en Werkspot waarin een aantal facetten van het VRM-denken getoond werden. De keynote was van "Mr VRM" Doc Searls himself.
Al met al een zeer geslaagd event met als (taalkundig misschien wat verwarrende) eindconclusie:
"VRM is nog geen keihard feit, maar het is wel onontkoombaar"
-- * Volgens de Nederlandse wetgeving (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland) is dat overigens niet zo, ik heb slechts het recht deze data in te zien.
“De jeugd wordt steeds slechter in taal en rekenen. Sinds de invoering van nieuwe onderwijsmethoden gaat de kwaliteit steeds verder achteruit. Nieuwe onderwijsmethoden zouden eerst goed beproefd moeten worden!”. Quote/Unquote de meeste critici over het ‘nieuwe’ onderwijs. Maar laten we die ‘evidence based’ redenatie dan ook loslaten op de analyse van de oorzaak van de teruglopende kwaliteit. Zou het niet heel goed kunnen zijn dat jongeren gewoon niet meer zo overtuigd zijn van het nut taal te leren op een manier waarbij de nadruk o.a. ligt op netjes aan elkaar schrijven? Terwijl ze vrijwel niets meer schrijven met een pen… en dan overigens zelden hele woorden gebruiken… laat staan lidwoorden, hoofdletters, punctuatie, etc. En dat in een wereld die in toenemende mate door andere communicatie beheerst wordt? Slam poet Rives illustreert in onderstaande korte video een prachtig sprookje in ‘moderne taal’:
Nu is dit geen pleidooi om jongeren maar niet meer te leren lezen, schrijven of spellen. Onze veronderstelling is immers evenmin onderzocht ;-) We doen jongeren echter zondermeer te kort als we Taal niet breder beschouwen in de context van de platte 2.0 wereld. Het doel van taalonderwijs is kinderen communicatievaardigheden aan te leren. Tot enkele decennia geleden kwam dat inderdaad neer op het lezen (consumeren) en schrijven (produceren) van schriftelijk vastgelegde informatie. Het schrift was uiteindelijk tot voor kort de enige manier om sowieso kennis overdraagbaar te maken. In het huidige professionele leven is dat nog steeds van belang maar evenzo geldt dat voor het consumeren en produceren van audio en video informatie. Steeds belangrijker ook wordt de vaardigheid jezelf of je werk te kunnen presenteren in het medium dat past bij je communicatie doel. Laten we Taal, de enigszins gedateerde implementatie van communicatie, dan ook niet te snel als leidend accepteren.
Voor rekenen geldt iets soortgelijks: jongeren beschikken vanaf steeds jongere leeftijd over een telefoon die veel krachtiger is dan de eerste personal computer die wij tijdens onze studie gebruikten… Daar zit inderdaad ook nog een rekenmachine in, waarom moeilijk doen? Hoofdrekenen en daarvoor tafels ‘automatiseren’ (in je hoofd stampen) kan nog steeds een functie hebben maar welke eigenlijk? Moet je eigenlijk weten hoe je eieren legt om te kunnen ruiken of ze stinken? Dat laatste is de kern: je moet samenhang en logica kunnen hanteren, je moet op een zeker abstractie niveau logisch kunnen redeneren! Maar het rekenonderwijs lijkt eerder een verzameling methodes uit het pre-rekenmachine tijdperk. Hoe dat tot een dieper inzicht in de achterliggende logica moet leiden wordt er nooit bij verteld.
Kortom: Kijk bij de huidige uitdagingen in het onderwijs met name naar de nieuwe omgeving waarin kinderen uiteindelijk moeten functioneren! De idee dat een perfecte beheersing van de d’s, dt’s, tafels en aloude rekenmethodieken kinderen het beste voorbereiden op de uitdagingen van de snel veranderende mondialiserende wereld lijkt op zijn minst discutabel. Zorg er maar voor dat ze perfect leren communiceren en redeneren met de middelen die we nu hebben. Als iemand uiteindelijk via het middel ‘Taal’ gaat publiceren is het vroeg genoeg voor de verdere perfectionering van het schrijven, als je tekstverwerker dat dan al niet voor je doet!